Wanneer moet je een plaatsbeschrijving opmaken en registreren?

De intredende plaatsbeschrijving maak je op terwijl het pand nog onbewoond is, of uiterlijk tijdens de eerste maand van bewoning (federaal gold voor contracten korter dan een jaar een termijn van 15 dagen). De verhuurder registreert ze vervolgens samen met het huurcontract, binnen twee maanden na ondertekening, gratis via MyRent. Zolang het contract niet geregistreerd is, kan de huurder opzeggen zonder opzegtermijn of vergoeding.

Wanneer maak je de intredende plaatsbeschrijving op?

De gewestelijke huurregels geven twee mogelijkheden: tijdens de periode dat het pand onbewoond is, of tijdens de eerste maand waarin de huurder over het pand beschikt. Het beste moment is vlak vóór of op de dag van de sleuteloverdracht: het pand is dan leeg, elke ruimte is goed te fotograferen en er is nog geen twijfel mogelijk over wie welke gebruikssporen heeft achtergelaten.

Raken partijen het binnen de termijn niet eens, dan kan elk van hen de vrederechter vragen om een expert aan te stellen die de plaatsbeschrijving opmaakt.

Wat bij verbouwingen of wijzigingen tijdens de huur?

Worden er na de opmaak belangrijke wijzigingen aan het pand aangebracht, bijvoorbeeld een nieuwe keuken of geschilderde muren, dan kan elke partij vragen om een bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving op te stellen. Ook dat gebeurt op tegenspraak en voor gezamenlijke rekening. Zo blijft het referentiedocument actueel tot aan de uittrede.

Hoe registreer je de plaatsbeschrijving?

De plaatsbeschrijving hoort bij het huurcontract en wordt er samen mee geregistreerd bij de FOD Financiën. Dat kan online via MyRent (bereikbaar via MyMinfin): je logt in, vult de gegevens van het contract in en laadt het contract en de plaatsbeschrijving op als pdf. Voor panden die uitsluitend voor bewoning bestemd zijn, is de registratie gratis.

De registratieplicht ligt bij de verhuurder, al mag ook de huurder het contract laten registreren. Is de plaatsbeschrijving pas later klaar, dan kan je ze alsnog aanbieden samen met een verwijzing naar het al geregistreerde contract.

Wat riskeer je zonder (tijdige) registratie?

De verhuurder heeft twee maanden na de ondertekening om het woninghuurcontract te laten registreren. Daarna gelden twee sancties. Ten eerste een fiscale boete voor laattijdige registratie. Ten tweede, en veel belangrijker: zolang het contract niet geregistreerd is, kan de huurder van een hoofdverblijfplaats de huur opzeggen zonder opzegtermijn en zonder opzegvergoeding. Voor een verhuurder is een niet-geregistreerd contract dus een reëel risico.

En de uittredende plaatsbeschrijving?

Bij het einde van de huur wordt de staat van het pand opnieuw vastgesteld, idealiter nadat de huurder alles heeft leeggemaakt en vlak vóór of bij de teruggave van de sleutels. De vergelijking met de intredestaat bepaalt of er huurschade is. Voor die uittredende vaststelling bestaat geen registratieplicht; ze dient als bewijsstuk tussen partijen en, bij blijvende onenigheid, voor de vrederechter.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Wat als de plaatsbeschrijving pas na de eerste maand wordt opgemaakt?

Dan verliest ze aan bewijswaarde: de huurder kan aanvoeren dat schade in de tussentijd is ontstaan of net al aanwezig was. Een laattijdige plaatsbeschrijving is niet automatisch waardeloos, maar aanvechtbaar.

Kan ik als huurder zelf het contract laten registreren?

Ja. De wettelijke plicht ligt bij de verhuurder, maar de huurder mag het contract ook zelf gratis laten registreren, bijvoorbeeld om zeker te zijn van de bescherming die registratie biedt.

Kost de registratie iets?

Nee, niet voor panden die uitsluitend als woning dienen. Voor gemengd of professioneel gebruik gelden wel registratierechten.

Moet een bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving ook geregistreerd worden?

De veiligste praktijk is om ook bijvoegsels mee te registreren, zodat het volledige referentiedossier bij de geregistreerde huurovereenkomst zit.